Buschauffeurs mogen niet permanent in beeld worden gebracht
Gepost op 28-01-2026Buschauffeurs mogen tijdens hun werk niet voortdurend door camera’s worden gefilmd. Cameratoezicht in het openbaar vervoer mag alleen worden ingezet als dat strikt noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij incidenten, niet om werknemers structureel te monitoren of te beoordelen.
Dat zegt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) na gesprekken met vervoerder Arriva over het gebruik van camera’s in bussen. Die gesprekken werden gevoerd nadat er een klacht was ingediend bij de Autoriteit.
Volgens de toezichthouder is permanent cameratoezicht op de vaste werkplek van werknemers in strijd met de privacyregels, ook als de beelden alleen achteraf worden bekeken. Het maakt geen verschil of er live wordt meegekeken of niet.
Camera’s in voertuigen kunnen bijdragen aan de veiligheid van reizigers en personeel, bijvoorbeeld bij agressie of zwartrijden, maar die inzet kent duidelijke grenzen, zegt de privacywaakhond. “Werkgevers moeten ervoor zorgen dat camera’s niet meer vastleggen dan strikt noodzakelijk,” zegt Monique Verdier, vicevoorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens. “Cameratoezicht mag nooit een verkapt middel zijn om werknemers te volgen of te beoordelen.”
Veiligheid versus privacy
De Autoriteit heeft met Arriva afspraken gemaakt over aanpassingen. Het openbaarvervoerbedrijf gaat de camera’s technisch aanpassen om te voorkomen dat chauffeurs structureel in beeld komen. Ook worden interne protocollen aangepast en krijgen medewerkers duidelijkere instructies over het gebruik van camerabeelden.
De Autoriteit Persoonsgegevens roept ook andere vervoerders op om hun camerabeleid tegen het licht te houden. Werkgevers blijven verantwoordelijk voor een zorgvuldige afweging tussen veiligheid en privacy op de werkvloer, zegt de privacywaakhond.
Lees het hele verhaal via NOS Nieuws: Buschauffeurs mogen niet permanent in beeld worden gebracht
