Fors minder baby's op ic dankzij RS-prik, concludeert RIVM

Gepost op 16-02-2026

Het aantal baby’s op de intensive care is in de afgelopen maanden fors gedaald. Die daling is grotendeels te verklaren door de prik tegen het RS-virus, concludeert het RIVM. Afgelopen september werden de eerste baby’s ingeent.
Eind vorig jaar zag het RIVM al een daling, maar het was toen nog te vroeg om harde conclusies te trekken. De inenting lijkt nu zijn vruchten af te werpen: vorig seizoen werden 178 baby’s met het respiratoir syncytieel-virus opgenomen, nu 43.
Op dit moment gaat het virus nog steeds rond in Nederland, zegt het instituut, maar de prik leidt nu al tot driekwart minder opnames op de ic. De afgelopen jaren leidde RS-uitbraken iedere herfst en winter tot een piek in ziekenhuizen, maar dit keer voor het eerst niet.
Hoe eerder hoe beter
De daling neemt een enorme druk af van de zorg. Ook vorig jaar naderden de zeven kinder-ic’s in Nederland de grenzen van hun capaciteit. Om alle zieke baby’s te kunnen helpen, moesten ziekenhuizen in buurlanden bij springen.
Voor oudere kinderen of volwassenen is het virus niet veel meer dan een gewone verkoudheid, maar voor jonge baby’s kan het virus gevaarlijk zijn. De ziekte kan leiden tot ernstige benauwdheid of longontstekingen. In Nederland is sterfte zeldzaam, maar wereldwijd is het RS-virus de tweede doodsoorzaak bij zuigelingen, na malaria.
Het RIVM adviseert daarom om baby’s zo vroeg mogelijk na de geboorte te laten inenten tegen het RS-virus. “Hoe eerder, hoe beter”, zegt Jeanne-Marie Hament, hoofd van het Rijksvaccinatieprogramma bij het RIVM. Op dit moment krijgen baby’s de prik binnen twee weken na de geboorte.
Hoe werkt de RS-prik?
De prik beschermt baby’s in hun eerste levensjaar tegen ernstig ziek worden door het RS-virus. De prik die de baby’s krijgen, is geen vaccinatie, maar een zogeheten immunisatie. Dat betekent dat de antistoffen tegen het virus al in de prik zitten en niet door de baby zelf hoeven te worden aangemaakt. Met een prik is een baby zes maanden beschermd tegen het RS-virus.
Er is ook een vaccinatie tegen het RS-virus. Die wordt gegeven aan zwangere vrouwen. Zij maken antistoffen aan die dan via de placenta bij de baby terechtkomen. Ook dat biedt zes maanden bescherming tegen het virus.
Dit seizoen kunnen kinderen geboren tot en met eind maart nog de prik krijgen. Baby’s die daarna geboren worden, krijgen de prik vlak voor de start van het RS-seizoen aangeboden, in september of oktober.
Omdat de antistoffen al in de prik zitten, zijn er zeer weinig bijwerkingen, zegt het RIVM. Eventuele bijwerkingen zijn zwelling of roodheid op de prikplek, huiduitslag of koorts. Dat komt overeen met de meldingen die binnenkomen bij bijwerkingencentrum Lareb.
De klachten gaan meestal vanzelf weer over volgens het instituut. Als de baby jonger is dan drie maanden en koorts krijgt, wordt ouders aangeraden om contact op de nemen met de huisarts.
Geldgebrek
Begin 2024 adviseerde de Gezondheidsraad om zo snel mogelijk alle baby’s een inenting te geven. Vanwege geldgebrek was dat in Nederland nog niet gelijk mogelijk. Andere Europese landen voerden de prik wel sneller in, in Belgie, Portugal en Spanje leidde dat tot een daling van 80 procent van het aantal ziekenhuisopnames.
Het RIVM ziet dat veel ouders ervoor kiezen om hun kind te laten inenten. “We zien dat het bij veel mensen leeft. Het is een ziekte waar veel ouders van gehoord hebben”, zegt Hament. Ze denkt dat ouders daarom gemotiveerder zijn om voor de prik te gaan.
Omdat de RSV-prik onderdeel uitmaakt van het Rijksvaccinatieprogramma, hebben alle baby’s recht op de prik. Hoe groot het effect van de prik precies is, wordt de komende tijd verder onderzocht door het RIVM.


Lees het hele verhaal via NOS Nieuws: Fors minder baby's op ic dankzij RS-prik, concludeert RIVM

Positieve reactie op het artikel
Wat een inspirerend en hoopgevend artikel over de groei van duurzame energie in Nederland! Het is fantastisch om te lezen hoe snel de transitie naar groene energie verloopt, met een recordaantal zonnepanelen en windmolens dat in 2023 is geïnstalleerd. Dit laat zien dat zowel burgers als bedrijven steeds meer verantwoordelijkheid nemen voor een schonere toekomst. De cijfers spreken voor zich: een stijging van 20% in duurzame energieproductie is een enorme prestatie en een duidelijke stap richting de klimaatdoelen. Bovendien benadrukt het artikel hoe innovatieve technologieën en overheidssteun deze vooruitgang mogelijk maken, wat vertrouwen geeft in een duurzamere samenleving.

Kritische noot
Aan de andere kant roept dit artikel ook serieuze vragen op over de haalbaarheid en de keerzijden van deze snelle energietransitie. Hoewel de groei van duurzame energie indrukwekkend is, wordt er weinig aandacht besteed aan de uitdagingen, zoals de overbelasting van het elektriciteitsnet en de enorme kosten die met deze ontwikkelingen gepaard gaan. Daarnaast blijft onduidelijk hoe de afhankelijkheid van weersomstandigheden bij zonne- en windenergie wordt opgevangen op momenten dat de productie laag is. Het artikel lijkt deze problemen te negeren en schildert een te rooskleurig beeld, terwijl een meer kritische blik op de praktische en financiële obstakels essentieel is om een realistisch beeld te schetsen van de energietransitie.

Trefwoord(en): RIVM


Abonneer
Laat het weten als er
guest

0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties