Vijf vragen en antwoorden over de zitting rond poging moord en verkrachting in Westerpark
Gepost op 28-01-2026De rechtbank doet vandaag uitspraak tegen de 26-jarige Mohammed H., die verdacht wordt van een poging tot het verkrachten en poging tot vermoorden van een 20-jarige vrouw in het Westerpark. De zaak riep veel vragen op bij lezers. AT5 beantwoordt hieronder vijf vragen over de zitting.
Waarom kwam de zaak pas twee weken geleden in het nieuws?
De verdachte werd op 10 mei 2024, dat was de nacht van vrijdag op zaterdag, op heterdaad betrapt door de politie. Daarna heeft hij drie gesprekken bij de reclassering gehad, is er een poging gedaan hem te onderzoeken in het Pieter Baan Centrum en vonden er voorbereidende zittingen plaats. De inhoudelijke behandeling van de zaak, waarbij het Openbaar Ministerie met een strafeis kwam, vond op 14 januari 2026 plaats.
Media waren in mei 2024 niet op de hoogte van de arrestatie. Er waren geen tips over binnengekomen van omstanders. Bij bijvoorbeeld schiet- of steekpartijen geeft de meldkamer van de politie een zogeheten persalarm af, waardoor journalisten op de hoogte van de melding zijn en naar die straat kunnen om foto’s of videobeelden te maken. Voor zedenmisdrijven worden nooit persalarmen afgegeven, tenzij er tegelijkertijd sprake zou zijn van bijvoorbeeld een steekpartij.
In de weken na de aanhouding kwam er vanuit de politie ook geen persbericht over de aanhouding. Het Openbaar Ministerie en de politie zeggen daar in een gezamenlijke reactie tegen AT5 het volgende over:
“Het klopt dat in deze casus noch de politie noch het OM een persbericht heeft uitgebracht. Omdat de verdachte snel kon worden aangehouden was een persbericht niet noodzakelijk om bijvoorbeeld de hulp van het publiek in te roepen. Zoals altijd zijn politie en OM terughoudend met het verstrekken van informatie over zedenzaken, ook in dit geval hebben we rekening gehouden met het belang van de aangeefster. De zittingen betreffende deze casus stonden zoals gebruikelijk wel vermeld op de persrol die door de rechtbank wordt verspreid. Dankzij de aanwezigheid van pers bij de inhoudelijke behandeling van de zaak is er uiteindelijk veel aandacht voor deze zaak geweest.”
Waarom gaat het Openbaar Ministerie uit van poging tot moord?
Volgens het slachtoffer heeft H. meerdere keren gezegd dat hij haar zou vermoorden. Volgens haar verklaring zei hij onder meer: “Jij gaat vanavond dood. Dan weet je dat. Dit is jouw laatste avond!”
De officier van justitie zei tijdens de zitting dat H. het slachtoffer vier minuten in een krachtige nekklem had en sloeg. “Al het handelen van de verdachte was gericht op de dood en er was een aanmerkelijke kans op het intreden van dat gevolg.”
Volgens het Openbaar Ministerie handelde hij met voorbedachte rade, waardoor het niet om een poging tot doodslag, maar een poging tot moord ging. Op het moment dat hij haar vastpakte, zou hij al het besluit hebben genomen om haar te doden.
“Hij heeft in de vier minuten die volgden de gelegenheid gehad om op zijn besluit terug te komen”, zei de officier van justitie. “Aangeefster heeft zelfs geprobeerd om met hem te praten. Hij had haar kunnen laten gaan, ook toen. Hij had zich kunnen bedenken. Daarvoor zijn genoeg momenten geweest.”
Waarom is er naast de tbs met dwangverpleging niet meer dan vijf jaar celstraf geëist?
Bij poging tot moord geldt een maximumstraf van 20 jaar. Het Openbaar Ministerie eiste vijf jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Volgens het Openbaar Ministerie is er bij de uit Somalië afkomstige H. vanaf zijn vijftiende sprake van ‘impulsiviteit, onbetrouwbaarheid, een onverantwoordelijke levensstijl en een beperkt vermogen tot berouw’. Het zou gaan om een persoonlijkheidsstoornis en tijdens de poging tot moord en verkrachting zou hier ook sprake van geweest zijn.
De officier van justitie vond dat de maatschappij beschermd moet worden tegen het gedrag van H. Hij heeft een instabiel bestaan: geen vaste woning, dagbesteding en ‘onduidelijkheid over zijn financiën’. In combinatie met de persoonlijkheidsstoornis zou deze levensstijl gevaarlijk zijn. Voor de tbs met dwangverpleging zou vanwege de ernst van de feiten in dit geval geen maximale duur gelden.
Het Openbaar Ministerie zei er rekening mee te houden dat dit een zware maatregel is die langdurig kan zijn. Daarom werd er daarnaast niet meer dan vijf jaar celstraf geëist. Van de vijf jaar celstraf zou nog wel het voorarrest (bijna twee jaar) worden afgetrokken.
Waarom zweeg Mohammed H. tijdens de zitting?
Kort nadat Mohammed H. door de parketpolitie de rechtszaal in werd geleid, vertelde hij tegen de rechter alleen wat zijn geboortedatum was. Daarna zei zijn advocaat dat haar cliënt niks wilde zeggen, omdat hij zich schaamde en omdat AT5 bij de zitting aanwezig was. Ze wilde zelfs dat AT5 de zaal zou verlaten.
De rechtbank heeft daarna een paar minuten over dat verzoek gepraat en kwam tot de conclusie dat de openbaarheid nu belangrijker was. AT5 mocht de zitting blijven bijwonen. Ook mocht de stem van de verdachte van de rechter worden opgenomen en uitgezonden.
Mohammed H. heeft daarna niks meer gezegd. Hij had zijn capuchon opgedaan en wilde zelfs niet knikken of nee schudden, al deed hij dat heel soms heel lichtjes. Later zei zijn advocaat dat dat ook kwam door het grote aantal aanwezigen in de zaak.
AT5 is net voor het pleidooi van zijn advocaat vertrokken. Na dat pleidooi kwam nog het laatste woord van de verdachte. De advocaat van het slachtoffer laat weten dat hij toen wel iets heeft gezegd. Hij bood toen zijn excuses aan.
Mohammed H. had tijdens de voorbereidende zittingen ook nauwelijks wat gezegd. Dat gold ook voor zijn afspraken bij de reclassering. De reclassering zei daardoor geen mogelijkheden met hem voor de toekomst meer te zien.
Verdachten komen tijdens zittingen in Nederland niet in beeld, tenzij ze dat in uitzonderlijke situaties niet erg vinden. Het komt vaker voor dat verdachten bezwaar maken bij de rechtbank vanwege de aanwezigheid van een cameraploeg, maar meestal willen ze alleen dat stemmen niet worden uitgezonden of vervormd worden. De rechtbank gaat daar in sommige gevallen in mee, zoals bij deze zitting tegen relatief jonge verdachten van geweld na een voetbalwedstrijd.
Wat heeft de verdachte eerder gezegd?
Mohammed H. heeft eerder bij de politie verklaard zich niets te herinneren over wat er is gebeurd. Hij zei dat hij bij een feest was bij het Westerpark, daar met iemand was, maar diegene was kwijtgeraakt. H. zei dat hij het slachtoffer toen zag lopen en een arm om haar heen sloeg.
Wel zei hij geen seksuele intentie te hebben gehad. In het Pieter Baan Centrum zei hij dat met honderd procent te kunnen zeggen. Hij zei zich ook te schamen. Verder zou hij te kunnen uitsluiten dat zoiets in de toekomst weer zou gebeuren en een ‘heldere jongen’ te zijn. De deskundigen van het Pieter Baan Centrum vonden hem verder niet meewerkend.
Hij was die nacht onder invloed van alcohol en drugs, zo bleek uit onderzoek. Volgens zijn advocaat heeft dit meegespeeld die nacht en wil hij zich graag aan zijn drugsverslaving laten behandelen. H. was zo verslaafd dat hij tijdens zijn voorarrest nog steeds cannabis gebruikte.
Uitspraak rechtbank
De rechtbank doet vanmiddag uitspraak. AT5 zal daar ook bij zijn.
Zo verliep de inhoudelijke behandeling twee weken geleden:
Lees het hele verhaal via AT5: Vijf vragen en antwoorden over de zitting rond poging moord en verkrachting in Westerpark
